CvO: een belangrijke mijlpaal voor de lokale publieke omroep

feed Nieuws
edit_note 16 juli 2026

Van een petitie op het Binnenhof in 2017 tot de invoering van de nieuwe Mediawet in 2026: de lokale publieke omroep heeft een lange weg afgelegd. Voorzitter van het College van Omroepen (CvO) Flip van Willigen blikt terug op deze periode, de behaalde resultaten en de uitdagingen die nog voor ons liggen.

Het is medio september 2017. Samen met de kersverse directeur-bestuurder van de NLPO en enkele omroepdirecteuren sta ik op het Binnenhof om nieuwe Tweede Kamerleden een petitie aan te bieden. Onze boodschap is helder: de lokale publieke omroep heeft 30 miljoen euro extra financiering nodig. Dat is slechts een paar procent van de totale publieke omroepbegroting, maar voor onze sector zou het een wereld van verschil maken. Met die investering kunnen we de professionalisering van 80 streekomroepen mogelijk maken en onze steeds belangrijkere rol in een verschralend lokaal medialandschap beter vervullen.

Tot mijn opluchting zijn veel Kamerleden gekomen om de petitie in ontvangst te nemen. Ze luisteren aandachtig en tonen oprechte belangstelling. Na alle ingrijpende stappen die we als sector in de jaren daarvoor hebben gezet en die uiteindelijk hebben geleid tot het streekomroepplan, geeft dat vertrouwen. Het voelt alsof het niet lang meer kan duren voordat ook wij, net als de andere twee lagen van het publieke bestel, structureel beter worden gefinancierd…

Fast forward naar eind juni 2026. Opnieuw zit ik, samen met – wederom – een nieuwe directeur-bestuurder van de NLPO en enkele omroepdirecteuren, in het gebouw van de Tweede Kamer. Opnieuw luisteren we naar grotendeels nieuwe Kamerleden. Dit keer debatteren zij over de laatste verbeteringen aan ‘onze’ nieuwe Mediawet.

Na bijna tien jaar is het eindelijk zover. De lokale publieke omroep krijgt inhoudelijk een veel gelijkwaardigere positie binnen het publieke bestel. Dat is een bijzondere mijlpaal, zeker als je bedenkt dat onze sector in 2010 nog ten dode leek opgeschreven.

Toch blijft de financiering het zorgenkindje. De 30 miljoen euro waarvoor we in 2017 pleitten, is uiteindelijk 18 miljoen geworden. En als je daar de inmiddels opgelopen cumulatieve inflatie van 33,5 procent vanaf haalt, resteert in koopkracht nog geen 13,5 miljoen euro. Dat bedrag moet vervolgens ook nog via een verdeelsleutel over 80 streekomroepen worden verdeeld.

Daardoor beleef ik deze mijlpaal met gemengde gevoelens. Ja, we hebben iets bereikt wat ooit vrijwel onmogelijk leek. Daar mogen we met recht trots op zijn. Tegelijkertijd is er financieel nog een flinke weg te gaan voordat ook op dat vlak sprake is van een echt gelijkwaardige positie binnen het publieke bestel.

Gelukkig overheersen uiteindelijk de hoop en het optimisme. En eerlijk gezegd hoop ik vooral één ding: dat de weg die nog voor ons ligt naar financieel meer gelijkwaardigheid een stuk korter zal zijn dan de weg die we tot nu toe hebben afgelegd!

Vergelijkbaar

Wellicht interessant